Hedy d’Ancona
Hedy d’Ancona (Den Haag, 1937) studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1974-1981 was d’Ancona lid vande Eerste Kamer voor de PvdA. Vervolgens werd ze in 1981 staatssecretaris Emancipatiezaken bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Van Agt II. Van 1984-1989 was ze lid van het Europees Parlement.
Hierna werd d’Ancona minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur in het kabinet-Lubbers III. Van 1995-1999 was d’Ancona opnieuw lid van het Europees Parlement, als vice-voorzitter van de socialistische fractie. Als voorzitter van de commissie binnenlandse zaken en justitite zette zij zich in voor specifieke wetgeving voor vrouwelijke asielzoekers.
Voor haar verdiensten op gebied van vrouwenrechten en migranten kreeg zij de onderscheiding van het Légion d’Honneur van de Franse regering. Momenteel is d’Ancona actief op het gebied van cultuur, media en ontwikkelings-samenwerking. Zij is voorzitter van de Novib, vice-voorzitter van de OXFAM en bestuurslid van diverse andere culturele instellingen en organisaties. In 2002 kreeg zij van de Rijksuniversiteit Groningen de Aletta Jacobsprijs 2002 wegens haar belangrijke bijdrage aan de vrouwenemancipatie in binnen- en buitenland.
Bernlef
Pseudoniem van: Henk J. Marsman
Geb ren: 14 januari 1937
J. Bernlef
De Nederlandse schrijver J. Bernlef werd geboren in 1937 te Sint Pancras bij Alkmaar als Hendrik Jan Marsman. Het gezin woonde in Amsterdam en Haarlem. Bernlef studeerde na de hbs een half jaar aan de universiteit.
J. Bernlef richtte in 1958 met G. Brands en K. Schippers het literaire tijdschrift Barbarber op. Aan het begin van de jaren zestig was hij werkzaam bij een boekenimporteur in Amsterdam.
Bernlef debuteerde in 1960 als dichter met de bundel “Kokkels”. Hij heeft een omvangrijk oeuvre geschreven, dat naast gedichten bestaat uit romans, verhalen, essays en toneelwerken. “Hersenschimmen” (1984) is een van zijn meest succesvolle roman’s. Het verhaal is bewerkt voor toneel en in 1988 verfilmd. Hij ontving in 1984 De Constantijn Huygensprijs. Zijn werk is ook bekroond met de AKO Literatuurprijs en de P.C. Hooftprijs. Andere belangrijke werken van J. Bernlef zijn: “Stenen spoelen” (1960), “Stukjes en beetjes” (1965), “Het verlof” (1971), “Sneeuw” (1973), “Meeuwen” (1975), “Zwijgende man” (1976), “Anekdotes uit een zijstraat” (1978), “Onder ijsbergen” (1981), “Alles teruggevonden / niets bewaard” (1982), “Regen” (1982), “Winterwegen” (1983), “Eclips” (1993) en “Boy” (2000). Over Jazz heeft hij enkele essaybundels gepubliceerd waaronder: Perfektie met een gaatje (1980), Schiet niet op de pianist (1993) en Haalt Jazz de eenentwintigste eeuw? (1999).